In België kan men een beroepsactiviteit uitoefenen onder verschillende statuten. In dit artikel focussen we op de twee meest voorkomende: het werknemersstatuut en het zelfstandigenstatuut. Het ambtenarenstatuut laten we buiten beschouwing. Hoewel beide vormen hun eigen voordelen hebben, brengt de keuze ook belangrijke aandachtspunten en risico’s met zich mee — zowel voor ondernemingen als voor de betrokken persoon.
Een werknemer verricht arbeid in dienst van een werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst. Kenmerkend is de gezagsverhouding: de werkgever heeft het recht om instructies te geven, toezicht te houden en indien nodig sancties op te leggen.
Als werknemer geniet je automatisch een sterke sociale bescherming voor zaken als werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en pensioen. Verder is er een ontslagbescherming via wettelijke opzegtermijnen en regels.
Voor de werkgever uit deze betere bescherming zich in hogere loonkosten door de RSZ-bijdragen en meer administratieve lasten.
Een zelfstandige werkt zonder gezagsverhouding en organiseert zijn of haar activiteit volledig autonoom: vrijheid van organisatie van de werktijd en de werkmethodes. Er is geen sprake van hiërarchische controle. De zelfstandige draagt zelf alle verantwoordelijkheid en het ondernemingsrisico en zorgt zelf voor het eigen inkomen.
De zelfstandige staat zelf in voor de opbouw van de eigen sociale bescherming. Voor een gedeelte gebeurt dat via de algemene sociale zekerheid, voor het andere gedeelte kan hij ervoor kiezen om zich hiervoor te verzekeren. Inzake pensioen kan dat bijvoorbeeld vorm gegeven worden door een VAPZ of een IPT.
Het uitgangspunt is dat partijen vrij zijn om zelf de kwalificatie van hun samenwerking te bepalen, maar bij die keuze moet de effectieve uitvoering van de overeenkomst overeenkomen met de aard van de arbeidsrelatie.
In twee gevallen zal er een herkwalificatie van de arbeidsrelatie gebeuren.
Een eerste wanneer er voldoende elementen naar voren worden gebracht die, overeenkomstig de Arbeidsrelatiewet en haar uitvoeringsbesluiten, onverenigbaar zijn met de kwalificatie die door de partijen aan de arbeidsrelatie wordt gegeven.
Een tweede hypothese waarin zal worden geherkwalificeerd, is wanneer de kwalificatie die door de partijen aan de arbeidsrelatie wordt gegeven, niet overeenstemt met de aard van de arbeidsrelatie zoals die wordt vermoed overeenkomstig de Arbeidsrelatiewet en dit vermoeden niet wordt weerlegd, waarover verder meer.
In essentie gaat het om de aanwezigheid van leiding en toezicht: in hoeverre mag de partner zelf bepalen wanneer hij werkt, hoe hij het werk organiseert en in hoeverre wordt er controle uitgeoefend op het werk dat verricht wordt. Er wordt gekeken naar de feitelijke situatie: de praktijk primeert op wat er op papier staat.
Er zijn evenwel uitzonderingen op deze regel. Voor bepaalde sectoren, onder andere in de bouwsector en de schoonmaak bijvoorbeeld, geldt er een weerlegbaar vermoeden dat de overeenkomst een arbeidsovereenkomst is. De beoordeling gebeurt op basis van 9 concrete criteria en als minstens 5 van de 9 vervuld zijn, dan gaat men uit van een arbeidsovereenkomst.
Omgekeerd zijn er ook bepaalde functies die worden verondersteld uitgeoefend te worden als zelfstandige. Denk daarbij aan zaakvoerder of mandataris. Maar ook bij artsen, advocaten en andere (vrije) beroepen wordt uitgegaan van het zelfstandigenstatuut.
Een definitieve herkwalificatie van zelfstandige naar werknemer (omgekeerd komt minder vaak voor) heeft ingrijpende gevolgen. De aansluiting als zelfstandige stopt, en zowel de uitvoerder als de opdrachtgever worden onderworpen aan de RSZ. De werkgever moet achterstallige bijdragen, intresten en opslagen betalen en riskeert boetes of zelfs strafrechtelijke vervolging bij sociale fraude.
In de meeste gevallen zal geen van beide partijen het overeengekomen statuut in twijfel trekken en zal het een derde partij zijn als dit toch gebeurt, met de RS(V)Z op kop.
Ben je zowel werknemer als zelfstandige (in bijberoep) en lever je in beide hoedanigheden prestaties voor dezelfde onderneming? Dan worden alle prestaties vermoed te zijn geleverd in het kader van de arbeidsovereenkomst. Doe je door de week de administratie bij een onderneming als werknemer en op zaterdag als zelfstandige, dan gaat men ervan uit dat je al deze prestaties levert als werknemer.
De keuze tussen werknemer en zelfstandige is meer dan een louter administratieve beslissing. Ze heeft gevolgen op vlak van kosten, flexibiliteit, bescherming en risico. Voor ondernemingen is het essentieel om deze keuze correct en doordacht te maken — en vooral om schijnzelfstandigheid te vermijden.
Heeft u vragen over uw specifieke situatie of wenst u begeleiding bij het beoordelen van een samenwerking? Ons kantoor helpt u graag verder met advies op maat.