Actua

Laag rendement maakt aanvullend pensioenplan 28% duurder voor de werkgever

Het vertrouwen in het wettelijk pensioen is niet groot. De staatskas staat er niet om bekend goed gemanaged te worden, maar ook het aanvullend pensioen dreigt nu een probleem te worden. Het merendeel van de groepsverzekeringen (met vaste prestatiebelofte) blijkt niet in staat om op de vervaldag het beloofde pensioen aan de werknemers uit te betalen.

Bedrijven kunnen zich dan ook verwachten aan vragen van ongeruste werknemers over hun groepsverzekering. Volgens toezichthouder FSMA kan 67% van de onderzochte pensioenplannen "met vaste prestatie" het beloofde aanvullend pensioen niet meer betalen. Als werkgever zal je het gat dan moeten bijpassen. De verzekerden zijn de klos als de betrokken werkgever failliet ging.

Op een aanvullend pensioenplan via een TAK21-verzekering moeten werkgevers immers een jaarlijks rendement garanderen van 1,75% per jaar. De laatste jaren is het rendement dat de verzekeraars geven op hun producten echter drastisch gedaald. Indien we het gemiddelde bekijken over de grootste verzekeraars in België dan is er een daling van 2,00% in 2014, naar 0,47% sinds 2017 (meer recente cijfers zijn nog niet bekend). Bij sommige verzekeraars is het toegekende rendement zelfs 0,01%. De werkgevers moeten dus een steeds grotere kloof dichten om het minimumrendement te kunnen garanderen.

Een voorbeeld: een werknemer van 25 jaar heeft een brutomaandloon van € 3.000 en ontvangt een gemiddeld pensioenplan. Wanneer de werknemer, na een volledige carrière van 42 jaar, op zijn 67ste op pensioen gaat, heeft hij – rekening houdend met het wettelijk minimumrendement van 1,75% – recht op € 150.000 aanvullend pensioen. Bij een verzekeraar met een verzekerd rendement van 0,01% zal echter slechts € 110.000 kapitaal zijn opgebouwd. De werkgever zal, tijdens de loopbaan van de werknemer, het tekort van € 40.000 moeten bijstorten. Dit komt neer op een jaarlijkse meerkost van 36% bovenop de huidige premie.

Door de steeds dalende rendementen die verzekeraars garanderen op TAK 21-verzekeringen, kost hetzelfde pensioenplan werkgevers vandaag dan ook gemiddeld 28% meer dan 5 jaar geleden. Het aanvullend pensioenplan wordt zo steeds duurder.

Het grootste probleem betreft de uitbetaling van de verworven prestaties, met andere woorden het beloofde pensioenbedrag. Maar liefst 67 procent of twee op drie van de pensioenplannen kan op eigen kracht het aan de werknemer beloofde bedrag niet betalen. Dat komt omdat het verwachte rendement van de reserves te laag is om de verworven prestaties van de werknemers te waarborgen.

De FSMA kwam tot die conclusie op basis van een steekproef van 217 pensioenplannen die aangeboden worden door verzekeraars als AG, Axa, P&V, Ethias, Integrale, Allianz, Belfius, KBC, Baloise, Generali enz. 146 van die plannen kijken aan tegen een deficit. In de steekproef zitten de pensioenplannen van 170.979 werknemers: 110.979 onder hen lopen tegen een tekort.

Als er in het plan een tekort zit, zal het bedrijf dat op de verzekeraar vertrouwde voor de pensioenvorming van zijn werknemers, moeten bijstorten. Het betrokken bedrijf moet dan wel nog bestaan. Bedrijven kunnen nu eenmaal failliet gaan.

Als werkgever is het belangrijk om de vinger aan de pols te houden en in overleg met de verzekeraar na te gaan in hoeverre de pensioenplannen van de eigen werknemers reeds met een deficit geconfronteerd worden.